De Wereldgezondheidsorganisatie slaat alarm over de stijgende ongevoeligheid van bacteriën voor antibiotica. Maar de productie van alternatieven is duur en tijdrovend. ‘De meeste farmaceuten hebben afgehaakt.’
Het is niet voor het eerst dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hard aan de bel trekt over de groeiende antibioticaresistentie van bacteriën, maar de waarschuwingen klinken wel steeds onheilspellender. In een persbericht verwoordde een topman het zo: ‘De resistentie gaat sneller dan de vooruitgang in de moderne geneeskunde en bedreigt families over de hele wereld’.
Sinds 2018 blijkt de ongevoeligheid van bacteriën voor veel antibiotica met ruim 40 procent gestegen, meldt het WHO-rapport, in oktober gepubliceerd. In 2023 was een op de zes infecties moeilijk te behandelen. Het hardnekkigst zijn urineweginfecties, zoals een blaasontsteking, en infecties in de bloedbaan, die kunnen leiden tot bloedvergiftiging (sepsis). Dit blijkt uit laboratoriumgegevens van 104 landen voor 22 veel gebruikte antibiotica.
Het probleem is niet van gisteren. Alexander Fleming waarschuwde al voor de resistentie, toen hij in 1945 de Nobelprijs in ontvangst nam voor zijn ontdekking van penicilline. Een paar jaar daarvóór waren de eerste ongevoelige bacteriën gesignaleerd. Hoe nijpend het in de 21ste eeuw zou worden, kon Fleming niet bevroeden. In Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten blijkt al een op de drie infecties lastig te bestrijden. In Europa is dat nog slechts een op de tien.
Het lukt niet om spaarzamer met antibiotica om te gaan
Maar ook hier gaat het de verkeerde kant op, tonen de recente cijfers van het ECDC – het Europese RIVM. Belangrijke doelen voor 2030 lijken steeds lastiger te halen. Het aantal infecties in de bloedbaan, veroorzaakt door de resistente klebsiella-bacterie, moet met 5 procent omlaag, terwijl dat aantal sinds 2019 is toegenomen met 60 procent. Ook lukt het niet om spaarzamer met antibiotica om te gaan. In 2030 moet het gebruik teruggeschroefd met 20 procent, maar in 2024 is dat eveneens gestegen.
De WHO noemt de antibioticaresistentie een van de grootste bedreigingen van de volksgezondheid. In Europa overlijden jaarlijks 35.000 mensen aan een resistente bacteriële infectie, en wereldwijd staat de teller op bijna vijf miljoen – veelal jonge kinderen, ouderen en chronische patiënten. In 2050 zal dat aantal naar verwachting stijgen tot 10 miljoen.
Ook in Nederland groeien de zorgen. Vooral van de bacteriën die urineweg- en huidinfecties veroorzaken, neemt de resistentie toe, zo bleek vorige maand uit de laatste cijfers van het RIVM.
Ernstige bijwerkingen
“Sommige patiënten, die vroeger met een pillenkuurtje naar huis konden, zijn nu aangewezen op zwaardere antibiotica”, zegt Miquel Ekkelenkamp, arts-microbioloog in het Utrecht UMC. “Middelen die bijvoorbeeld alleen tweemaal daags via een infuus kunnen worden toegediend, en die ernstigere bijwerkingen geven zoals nier- en leverschade.”
Ook zien ziekenhuizen in Nederland zich steeds vaker genoodzaakt om zogeheten laatstelijns-antibiotica te gebruiken. Dat is een variant die alleen wordt ingezet als alle andere middelen niet voldoen om de bewuste bacterie te doden. “In 2024 vonden we zo’n ziekteverwekker bij ongeveer zevenhonderd patiënten”, zegt Ekkelenkamp. “In 2020 bij slechts tweehonderd, en twintig jaar geleden helemaal niet.”
Het is de vraag hoe lang de huidige laatstelijns-antibiotica standhouden. “Er bestaan al bacteriën die hiervoor resistent zijn, maar nog niet in Nederland.”
Ook toegediend vóór operaties
De ongevoeligheid van bacteriën ondermijnt niet alleen de behandeling van infecties, maar de hele moderne geneeskunde, zeggen artsen. Want ze schrijven antibiotica niet alleen voor om infecties te genezen, maar ook om ze te voorkomen. Ze worden toegediend vóór grote operaties, kankerbehandelingen, keizersneden of transplantaties. Deze ingrepen zouden gecompliceerd of gevaarlijk worden zonder antibiotica.
Bij een prostaatbiopsie gaat het al regelmatig mis, zegt Ekkelenkamp. “Hierbij neemt de arts een stukje weefsel van de prostaat om te zien of er sprake is van kanker. Daarbij gaat die dwars door de darm heen, waar het wemelt van de bacteriën. Om een infectie te voorkomen, krijgt de patiënt bij voorbaat een antibioticum, maar steeds meer patiënten blijken dagen later toch ernstig ziek door een resistente bacterie.”
Dat maakt de zorg ook duurder. “Voor de zwaardere middelen die via een infuus worden toegediend ben je al snel zeshonderd euro per dag kwijt, terwijl een doosje pillen een paar tientjes kost. Nog duurder wordt het als patiënten in isolatie moeten. Artsen en verpleegkundigen zijn dan gedwongen om bij elk bezoek een schort, handschoenen en mondmasker te dragen. Soms alleen om een paracetamol te geven. Het is ook emotioneel zwaar voor de patiënt, die alleen nog spoken aan het bed ziet. Dat kan makkelijk weken duren.”
Giftige, oude variant als laatste redmiddel
Isolatie gebeurt vaak bij Oekraïense militairen die op de Utrechtse afdeling traumatologie belanden. Al vóór de oorlog scoorde Oekraïne hoog op resistentie, en dat is door de talloze verwondingen op het slagveld en de gebrekkige hygiëne verergerd.
Ekkelenkamp: “Recent hadden we ook weer een oorlogsslachtoffer met een bacterie die ongevoelig is voor zo goed als alle antibiotica, behalve colistine. Dat is een oud middel, dat niet vaak meer wordt gebruikt en daarom soms nog werkt. Maar het is behoorlijk giftig. En dan is de hoop dat het lichaam het aankan.”
Uit de recente RIVM-cijfers blijkt verder dat het gebruik van antibiotica in 2024 net zo laag was als in 2023. Dat is goed nieuws, want zuinigheid is hier cruciaal. Hoe spaarzamer een middel wordt ingezet, hoe minder snel bacteriën ertegen bestand raken. In Nederland waakt de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB) over het gebruik in huisartspraktijken, verpleeghuizen en ziekenhuizen.
Verschillen tussen gezondheidscentra zijn groot
“Nederland doet het goed”, zegt Ekkelenkamp, tevens voorzitter van de SWAB. “We staan in de top vijf van de wereld. Maar de verschillen tussen gezondheidscentra zijn groot. Als patiënt kun je in het ene ziekenhuis tot drie keer zoveel antibiotica voorgeschoteld krijgen als in het andere. Het zuinigst was dit jaar Treant Zorg in Drenthe, dat een paar weken geleden hiermee in het nieuws kwam.”
Om ziekenhuizen meer inzicht te geven in hun antibioticagebruik heeft de SWAB een monitor ontworpen. Daarmee kunnen instellingen – op dit moment 22, volgend jaar waarschijnlijk 31 – zien bij welke infecties ze het goed doen vergeleken met zusterinstellingen, en bij welke niet.
Ondanks alle bezorgdheid benadrukt Ekkelenkamp meermaals in het gesprek dat Nederland de zaken onder controle heeft. “Bij 95 procent van alle infecties werken onze standaard antibiotica goed. De doemscenario’s zien we vooralsnog in andere landen. Het zijn met name lage- en middeninkomenslanden, zoals India, waar steeds meer patiënten de infecties niet overleven.”
‘Je kunt er wel je oma mee besmetten’
Dat Nederland zijn zaakjes op orde heeft, is een prettig idee, maar bacteriën laten zich niet tegenhouden door landsgrenzen. “Meer dan de helft van de reizigers naar India komt terug met bacteriën die resistent zijn tegen bijna alle antibiotica”, zegt journalist Rinke van den Brink, die de ontwikkelingen in infectieziekten en antibiotica al tientallen jaren volgt. “Ben je jong en gezond, dan merk je daar misschien weinig van. Maar je kunt er wel oma mee besmetten, die er ziek van wordt.”
Naast ons reisgedrag zorgen ook oorlogen en klimaatverandering voor een massale verspreiding van gevaarlijke bacteriën, schrijft Van den Brink in zijn onlangs verschenen boek De sluipende pandemie. “Infectieziekten die vroeger alleen in de tropen voorkwamen, verspreiden zich nu naar koelere gebieden. In Zuid-Europa zijn al virussen en bacteriën opgedoken die onder meer knokkelkoorts en ernstige varianten van de ziekte van Lyme kunnen veroorzaken. Ook in onze wateren, die warmer zijn geworden, groeit het aantal bacteriën dat het risico op infectieziekten als legionella en cholera vergroot.”
‘Het laaghangende fruit is geplukt’
En dan is er nog de veehouderij, waar wereldwijd steeds meer antibiotica worden gebruikt als groeibevorderaar en infectiepreventie. In 2010 bedroeg het antibioticagebruik nog 63.000 ton, in 2030 loopt dat op tot 107.000 ton. Vooral in China en India, waar veel antibiotica geproduceerd worden, belanden veel medicijnresten in de bodem, meren en rivieren. Dat leidt tot vervuiling en verdere verspreiding van ongevoelige bacteriën.
Tot de jaren negentig was antibioticaresistentie een beheersbaar probleem. Farmaceuten kwamen steeds met nieuwe varianten waardoor de resistentie binnen de perken bleef. Maar daar is de klad in gekomen, zegt Van den Brink.
“Het laaghangende fruit is geplukt, kun je zeggen. De tijd van bestaande antibiotica een tikje aanpassen, zodat die weer werken, is voorbij. Het is wachten op een nieuwe generatie medicijnen met een nieuwe werking. Maar dat kan nog even duren. De meeste farmaceuten hebben namelijk afgehaakt omdat de productie van nieuwe antibiotica zo duur en tijdrovend is geworden. Een enkel bedrijf is er zelfs aan failliet gegaan.”
Een hoop ‘natuurstoffen’ in petto
Dat komt doordat het onderzoek jaren duurt, waarbij bedrijven de bijwerkingen én de langetermijneffecten in kaart moeten brengen. “Bovendien moeten ze trials bij kinderen doen of op zijn minst richtlijnen voor kinderen opstellen. En dat allemaal voor middelen waar weinig aan te verdienen valt. Patiënten gebruiken het tegenwoordig meestal een week.”
Universiteiten en academische centra zijn in de jaren negentig in het gat gesprongen dat de farmaceuten achterlieten, zegt Gilles van Wezel, hoogleraar moleculaire biotechnologie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoeksgroep hoopt nieuwe antibiotica te vinden door het DNA van bacteriën tegen het licht te houden.
“Van alle antibiotica die we voorschrijven is 70 procent namelijk gemaakt door bacteriën zelf. Aan het DNA kunnen we zien dat bacteriën nog een hoop ‘natuurstoffen’ in petto hebben, waarvan we slechts een fractie kennen. Ik ben er heilig van overtuigd dat daar nieuwe antibiotica tussen zit.”
Geld van de Bill Gates Foundation
Maar welke ‘slapende’ genen zijn daarbij betrokken? Van Wezel hoopt die met behulp van kunstmatige intelligentie op te sporen.“We tasten niet helemaal in het duister. Om antibiotica te maken, moeten er in de cel specifieke enzymen aanwezig zijn, en een transportsysteem om de stofjes de cel uit te krijgen. Hiermee houden we in onze zoektocht rekening.”
Essentieel is dat internationale onderzoekscentra onderling meer data delen en op dezelfde manier werken, zegt Van Wezel. “Bacteriën op dezelfde manier opkweken, op dezelfde manier analyseren, met dezelfde apparaten.”
Ook juicht Van Wezel toe dat de Bill Gates Foundation voor het eerst, samen met twee andere stichtingen, geld heeft gedoneerd voor onderzoek naar antibioticaresistentie. “Driehonderd miljoen in totaal, waarvan de eerste vijftig miljoen bestemd zijn voor out of the box ideeën over de aanpak van superbug Klebsiella, die tegen bijna alle medicijnen bestand is. Begin dit jaar zijn er 750 voorstellen ingediend, ook door ons. Nee, over ons idee kan ik nog niets zeggen.”
Uniek
Naar alternatieven voorantibiotica wordt eveneens veel onderzoek gedaan. Denk bijvoorbeeld aan vaccins en bacteriofagen, virussen die bacteriën doden. Maar nieuwe antibiotica blijven nodig. Van den Brink ziet dat steeds meer landen farmaceuten tegemoetkomen in de kosten.
“Sinds kort heeft het Verenigd Koninkrijk tienjarige contracten afgesloten met twee farmaceuten voor het op de markt brengen en houden van bepaalde antibiotica. Het idee is dat de overheid voor de echt vernieuwende middelen twintig miljoen pond per jaar betaalt, voor iets minder innovatieve 15 miljoen en zo verder tot 5 miljoen voor minder belangrijke middelen. Zweden, Italië en Japan hebben een vergelijkbaar model ingevoerd. Australië en Canada treffen nu voorbereidingen.”
Blijft dit initiatief beperkt tot de rijke landen, dan is het gedoemd te mislukken, zegt Van den Brink. “Je moet armen landen hierin meenemen en ondersteunen. Bijzonder is dat de Japanse farmaceut Shionogi de rechten op zijn nieuwste middel heeft afgestaan. Het wordt nu geproduceerd in India en zal tegen een lage kostprijs in 135 arme landen op de markt komen. Dit is uniek, dit heeft nog geen enkele farmaceut ooit gedaan.”
Bron: Trouw