Westnijlvirus leidt tot twee nieuwe sterfgevallen, uitbraak breidt zich uit

In het ziekenhuis liggen nog meerdere mensen met westnijlkoorts, de ziekte die het virus kan veroorzaken. Afgelopen week stelden artsen het virus vast bij nog eens negen mensen. Het totaal aantal personen dat het virus dit jaar in Nederland opliep, neemt daarmee toe tot achttien.

Het aantal paarden waarbij het virus is aangetoond, steeg intussen explosief: van vijf naar 58. Ook het gebied waarin besmettingen plaatsvinden, breidt zich uit. Behalve rondom Utrecht, in Midden-Delfland, Noord-Brabant en Noord-Holland is het virus opgedoken in Overijssel en Gelderland.

Het virus is afkomstig van vogels en gedijt het beste in natte buitengebieden met veel muggen en vogels. ‘Vogels houden zich niet aan de provinciegrenzen, muggen ook niet’, zegt een woordvoerder van het RIVM.

‘Voor mij ligt dit in de lijn der verwachtingen’, zegt Chantal Reusken, viroloog bij het RIVM. ‘Uit andere landen weten we dat de circulatie van dit virus tegen het einde van de zomer zijn piek bereikt.’ Het virus heeft zich dan over steeds meer vogels kunnen verspreiden, legt ze uit. ‘Het risico op besmetting neemt dan toe.’

Details over de overleden personen verstrekt het RIVM niet. ‘In algemene zin gaat het bij sterfgevallen om mensen die ouder zijn, of een vorm van onderliggend lijden hebben’, zegt de woordvoerder desgevraagd.

Griepachtige ziekte

De meeste mensen die besmet raken met het virus, merken daarvan niets of nauwelijks iets. Ongeveer een op de tien krijgt een griepachtige ziekte, die opvalt doordat de patiënt wel koorts, hoofdpijn, spierpijn en darmklachten krijgt, maar niet of nauwelijks last heeft van de luchtwegklachten die vaak horen bij griep. Bij een enkeling kan besmetting uitmonden in gevaarlijke hersen- of hersenvliesontsteking.

Het virus maakt ook slachtoffers onder de dieren. Afgelopen week testten 23 dode en tien levende vogels positief op westnijlvirus. Het totaal aantal vogels met westnijlvirus komt daarmee voor dit jaar op bijna veertig.

Hoewel het westnijlvirus geen echte ‘klimaatziekte’ is (de muggen die de ziekte overbrengen, leven hier al), nemen experts aan dat het virus wel profiteert van hetere zomers. Bij warmte verspreidt het virus zich dan makkelijker in het lichaam van de mug. Ook zijn muggenpopulaties groter en actiever.

Naar verwachting gaat de uitbraak ‘nog wel even door’, zegt viroloog Reusken. ‘Ik ben geen muggenexpert, maar tot medio oktober heb je nog muggenactiviteit.’ Wel worden muggenpopulaties minder actief als het koeler wordt.

Klamboe

Voor de toekomst verwachten kenners dat het westnijlvirus steeds meer iets wordt om rekening mee te houden, zeker voor kwetsbare mensen. Daarbij denkt Reusken aan ‘het standaardverhaal dat we kennen uit de tropen’, zei ze eerder in deze krant: slapen onder een klamboe, oppassen met stilstaand water, bij de schemering lange mouwen en broekspijpen dragen.

Besmettelijk van mens tot mens is het virus alleen via bloed. Onderzoeksinstituut Sanquin Research volgt de ontwikkelingen dan ook met argusogen, vertelt een woordvoerder: ‘Een van de nieuw aangetoonde besmettingen werd gevonden dankzij Sanquins wetenschappelijke onderzoek. Daarmee hebben we risicogebieden kunnen aanwijzen, waardoor we donorbloed uit die risicogebieden een standaard extra test op het virus geven.’

Kenners verwachten dat het westnijlvirus steeds meer iets wordt om rekening mee te houden

Bekijk het oorspronkelijke bericht: pagina 11

Bron: De Volkskrant

Scroll naar boven