Geef de bedrijfsarts een actievere rol in infectiepreventie

Infectiepreventie bij ziekenhuispersoneel lijkt een soort niemands­land te zijn geworden. Waar eigenlijk een taak ligt voor de bedrijfsarts, houden nu vaak verschillende andere zorgverleners zich hiermee bezig. Dat brengt de veiligheid en gezondheid van medewerkers in gevaar, waarschuwen bedrijfsarts-epidemioloog Jaap Maas en collega’s.

De verantwoordelijkheid voor infectiepreventie van zorg­medewerkers ligt officieel bij de bedrijfsarts. Door onvoldoende zichtbaarheid en betrokkenheid bij infectie­preventietaken worden deze taken in de praktijk echter vaak overgenomen door artsen-microbiologen, internisten-­infectiologen en deskundigen infectiepreventie, die hierdoor regelmatig ethisch en juridisch in de knel komen.

Dit geeft problemen zoals vertraging in adviezen of tegenstrijdige aanbevelingen, wat tot onrust leidt bij zorgmedewerkers en gezondheidsrisico’s creëert voor zowel personeel als patiënten.

De taken van de bedrijfsarts op het gebied van infectiepreventie in zorginstellingen zijn veel breder dan vaak wordt gedacht. Ze variëren van intrede- en periodieke keuringen voor medewerkers, vaccinatiebeleid, bron- en contactonderzoek, diagnostiek en advies bij infecties of (prik)accidenten, advies omtrent persoonlijke beschermingsmiddelen, tot de deelname van bedrijfsartsen in een Outbreak Management Team (OMT) tijdens uitbraken. Dit staat uitgebreid beschreven in de verschillende richtlijnen, waaronder de actuele SRI-richtlijnen (Samen­werkingsverband Richtlijnen Infectie­preventie).1-5 Doordat de bedrijfsarts vaak ontbreekt bij het vormgeven van beleid en processen is het onduidelijk wie verantwoordelijk is voor deze infectiepreventietaken, en hoe ze optimaal kunnen worden vormgegeven. Daarnaast ontbreekt het vaak aan ICT-structuur die op passende wijze patiëntinformatie scheidt van medische medewerkersinformatie, waardoor medische gegevens van zorgmedewerkers niet conform de AVG worden geregistreerd.

Casus 1:

Besmet met meningokok

Acute situatie. SEH-medewerkers zijn intensief bezig geweest met een zeer zieke patiënt, die achteraf besmet blijkt te zijn met een Neisseria meningitidis (meningokok). Er is hierdoor een acute indicatie voor profylaxe met antibiotica met gezondheidsmonitoring. Omdat er geen bedrijfsarts beschikbaar is om dit te coördineren, zijn de medewerkers zichzelf noodgedwongen gaan behandelen.

De bedrijfsarts is verantwoordelijk voor het aanvragen van diagnostiek, het doorgeven van uitslagen, het behandelen van medewerkers met beroepsgebonden infecties en het registreren van bijzondere persoonsgegevens, zoals de vaccinatie­status. Deze taken kunnen in de praktijk door andere deskundigen worden uitgevoerd, maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij de bedrijfsarts. Dit heeft als consequentie dat de bedrijfsarts actief betrokken moet zijn bij het vormgeven en evalueren van infectiepreventiebeleid van een zorginstelling. De rol van de bedrijfsarts is echter vaak onbekend binnen de infectiepreventieteams en meestal is de bedrijfsarts ook niet beschikbaar.

Meerdere redenen

Er zijn meerdere redenen voor de afwezigheid van de bedrijfsarts in infectiepreventie bij zorg­medewerkers: veel zorginstellingen richten zich bij de inkoop van arbodienstverlening alleen op verzuimbegeleiding, waardoor de rol en verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts bij infectie­preventietaken onvoldoende gefinancierd is. Daarnaast voelen niet alle bedrijfsartsen zich bekwaam of missen ervaring op het gebied van infectiepreventie in de zorg. Hun beperkte betrokken­heid bij infectiepreventie in zorg­instellingen versterkt dit probleem. Het algemene tekort aan bedrijfsartsen in Nederland maakt dat zij überhaupt beperkter beschikbaar zijn voor al hun taken. Ook huren ziekenhuizen regelmatig externe medewerkers in. Vaak is onduidelijk wie er eindverantwoordelijk is, de uitlenende of inkopende partij. Voor medewerkers is het daardoor ook niet duidelijk welke bedrijfsarts zij nu moeten benaderen. Ten slotte worden bij beroepsmatige infecties zorgmedewerkers vaak doorverwezen naar hun huisarts, en bij prikaccidenten naar de GGD of een externe partij. Dit wordt vaak buiten de bedrijfsarts om geregeld, waardoor medisch overzicht ontbreekt en de bedrijfsarts onvoldoende professionele verantwoordelijkheid kan nemen.

Casus 2:

Geen inzage in hepatitis-B-status

Een zorginstelling besteedt het vaccineren van haar medewerkers tegen mazelen, kinkhoest, hepatitis B en de bijbehorende titerbepalingen uit aan een externe partij. De externe partij rapporteert de gegevens terug aan de arbocoördinator van het ziekenhuis, die ze registreert in het personeelsdossier. De afhandeling van prik­accidenten is weer ingekocht bij een andere externe partij. Deze partij heeft geen inzage in de hepatitis-B-status van de mede­werkers, waardoor er bij een hoog­risicoprikaccident voor de zekerheid immunoglobulinen worden toegediend en de medewerker opnieuw wordt gevaccineerd.

Regelgeving in de zorg, zoals de Arbeids­omstandig­hedenwet en de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), verplicht zorginstellingen om als werkgever zorg te dragen voor een veilige werkomgeving voor alle medewerkers, zodat zij verantwoorde zorg kunnen verlenen. De bedrijfsarts heeft een centrale rol in het adviseren over gezond en veilig werken. Volgens de Arbeids­omstandig­heden­wet hebben werkgevers een zorgplicht om medewerkers te beschermen tegen biologische agentia zoals virussen en bacteriën. Daarnaast moeten vaccinaties, screenings, en incident­meldingen zorgvuldig worden vastgelegd. De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) verbiedt het registreren of opslaan van medische gegevens van medewerkers door de werkgever echter, ook als dit medische instellingen betreft.6 Als dat toch wordt gedaan, leidt dat tot verwarring en onduidelijkheid over verantwoordelijkheden binnen zorginstellingen, en riskeren zorginstellingen hoge boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Oplossingen

Om de betrokkenheid van bedrijfsartsen bij infectiepreventie te verbeteren, zijn drie belangrijke oplossingen voorhanden:

1. Versterk de positie van de bedrijfsarts in infectiepreventie

Bedrijfsartsen moeten actiever betrokken worden bij infectiepreventietaken binnen zorginstellingen. Dit begint met goede afspraken over de dienstverlening van bedrijfsartsen voor zorginstellingen, en het voorkomen van een eenzijdige focus op verzuimtaken. Zorginstellingen zijn gebaat bij het versterken van de positie en het faciliteren van de verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts, bijvoorbeeld in bron- en contact­onderzoek en vaccinatiebeleid. Daarnaast hoort de bedrijfsarts betrokken te zijn bij Outbreak Management Teams (OMT’s) in geval van uitbraken van bijvoorbeeld MRSA, kinkhoest of mazelen. De Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie (NVMM) en de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfs­genees­kunde (NVAB) roepen bedrijfsartsen op om, ook voordat dienstverleningsafspraken worden geoptimaliseerd, infectiepreventietaken te blijven oppakken waar nodig en om infectierisico’s te monitoren en advies te geven over preventieve maatregelen. Ook vragen ze artsen-microbiologen, internisten-infectiologen en deskundigen infectiepreventie om de zorginstelling te blijven wijzen op de centrale rol van de bedrijfsarts, en de zorginstelling om de dienst­verleningsafspraken met de bedrijfsarts te verbreden waar nodig.

2. Betere samenwerking tussen zorg­instellingen, arbodiensten en deskundigen infectiepreventie

Samenwerking is essentieel om het huidige vacuüm te dichten. Door meer overleg tussen zorginstellingen, bedrijfsartsen, artsen-micro­biologen, internisten-infectiologen en deskundigen infectiepreventie kan er een heldere taakverdeling komen en kan men elkaars expertise benutten. Door de bedrijfsarts een vaste plaats te geven binnen de infectiepreventiestructuur van de instelling (bijvoorbeeld in de infectiepreventiecommissie) kan worden geborgd dat er structureel aandacht is voor medewerkersveiligheid en eenduidig beleid. Maak daarbij concrete afspraken over hoe de medische gegevens buiten de werkgever om vastgelegd worden, zodat organisaties voldoen aan hun zorgplicht zonder de privacy van hun medewerkers te schenden. Dit bevordert zowel de veiligheid op de werkvloer als het vertrouwen in de organisatie.

3. Capaciteit vergroten en specialisatie stimuleren

Investeren in capaciteitsuitbreiding van bedrijfs­artsen in de zorg is cruciaal om hen beter toe te rusten voor hun rol in infectiepreventie. Scholing over infectiepreventie binnen de zorg kan bedrijfsartsen de nodige expertise bieden. Dit vergt inspanning van zowel de zorginstellingen als arbodienst­verleners en is essentieel om bedrijfs­artsen toe te rusten en een cultuurverandering teweeg te brengen waarin zij niet alleen als verzuimbegeleiders maar ook als infectie­preventie-experts hun rol kunnen pakken.

Om dit effectief te implementeren, is betrokkenheid van alle partijen in de zorg noodzakelijk. Bedrijfsartsen hebben een cruciale rol in infectiepreventie van medewerkers. Zorginstellingen moeten, door de uren van de bedrijfsarts ruimer in te kopen, hun de ruimte en faciliteiten bieden om deze rol ook daadwerkelijk op te pakken. Arbodiensten moeten bijdragen door meer gerichte infectiepreventie-expertise te ontwikkelen, terwijl artsen-microbiologen, internisten-­infectiologen en deskundigen infectiepreventie de bedrijfsartsen kunnen betrekken in de infectie­preventie, hen ondersteunen en adviseren, en hun organisatie blijven wijzen op het belang van samenwerken met de bedrijfsarts. De beroeps­organisaties NVAB en NVMM werken aan een handreiking voor zorginstelling en stakeholders om samen de rolverdeling en de uitvoering in de praktijk tegen het licht te houden.

Glad ijs

Een sterke betrokkenheid van bedrijfsartsen in infectiepreventie van medewerkers is essentieel voor een veilige werkomgeving in de zorg. Door krappe dienstverleningsafspraken met de focus op verzuim, en een tekort aan capaciteit is hun betrokkenheid echter vaak beperkt. Dit heeft een vacuüm gecreëerd dat deels wordt opgevuld door andere zorgverleners. Met als gevolg vertraging en kans op suboptimale zorg, op juridisch glad ijs. Om dit probleem aan te pakken, moeten zorginstellingen, arbodiensten en deskundigen infectiepreventie samenwerken om de positie van bedrijfsartsen te versterken. Alleen met een gecoördineerde aanpak kunnen we ervoor zorgen dat bedrijfs­artsen actief kunnen bijdragen aan infectiepreventie, in het belang van veiligheid en gezondheid van zowel zorgmedewerkers als patiënten. 

Bron: Medisch Contact

Auteurs: Jaap Maas, bedrijfsarts-epidemioloog, Arbodienst, Amsterdam UMC, namens de NVAB. Edmée Bowles,arts-microbioloog, Radboudumc, Nijmegen, namens de NVMM. Karen Heemstra, arts-microbioloog, Alrijne, Leiden, namens de NVMM. Elise Koopman, bedrijfsarts en medisch directeur van arbodienst lev arbo, namens de NVAB

Scroll naar boven