Onze resistentie tegen antibiotica groeit al jaren, maar vormt nu een extra gevaar vanwege wereldwijde conflicten. Voor grote farmaceuten moet het weer aantrekkelijk worden om nieuwe middelen te ontwikkelen, schrijven ceo Jayasree K. Iyer en journalist Rinke van den Brink.
Dagelijks sterven wereldwijd meer dan 3.000 mensen aan bacteriële infecties, omdat ze niet meer reageren op bestaande antibiotica. Nog eens duizenden sterven aan infecties die wél behandelbaar zijn, maar met antibiotica waartoe zij geen toegang hebben. Hierdoor verspreiden bacteriën zich verder en ontstaat resistentie.
Wereldwijde conflicten vergroten deze risico’s. Onder meer door infecties bij oorlogswonden, verwoeste gezondheidsstructuren en honderdduizenden vluchtelingen met amper toegang tot behandelingen.
Ook in Nederland neemt het aantal multiresistente bacteriën toe en komen resistente schimmels relatief veel voor. Nieuwe middelen en betere toegang tot middelen zijn voorwaarden om het tij te keren. Het onderzoeksrapport 2026 AMR Benchmark van de Access to Medicine Foundation laat hoopvolle initiatieven van bedrijven zien om resistentie tegen te gaan. Maar hun inspanningen zijn onvoldoende om de stijgende sterfte bij te houden.
Het aantal nieuwe antimicrobiële middelen in ontwikkeling bij de grootste farmaceutische bedrijven nam sinds 2021 met ruim een derde af. Nog maar drie bedrijven ter wereld investeren hier substantieel in. Onderzoek en ontwikkeling zijn duur en risicovol, terwijl nieuwe middelen lage marges opleveren en spaarzaam worden ingezet om resistentieontwikkeling te vertragen. Maatschappelijk begrijpelijk, maar economisch onhoudbaar. Kleine biotechbedrijven proberen het gat te vullen, maar kampen met een gebrek aan kapitaal en schaal. Dat werd pijnlijk duidelijk toen Pulmocide in januari 2026 de ontwikkeling van opelconazol staakte, een veelbelovend middel tegen aspergillose. Deze schimmel zorgt jaarlijks voor 2,5 miljoen doden wereldwijd en is een bedreiging voor de Nederlandse volksgezondheid.
Goedgekeurd
Toch is er ook bemoedigend nieuws. Er zijn twee nieuwe orale antibiotica goedgekeurd tegen urineweginfecties bij vrouwen. Dat is van groot belang, aangezien ruim de helft van alle vrouwen ooit een urineweginfectie krijgt. Daarnaast zijn er twee nieuwe geneesmiddelen tegen gonorroe beschikbaar, waaronder de eerste orale behandeling in decennia. Die vereenvoudigt de behandeling van de jaarlijks 82 miljoen besmette mensen in vooral afgelegen regio’s. Bovendien maken verschillende gelijkwaardige behandelopties het mogelijk om antibiotica af te wisselen, en zo het ontstaan van resistentie te vertragen.
Ook voor jonge kinderen gloort hoop: twee middelen in ontwikkeling richten zich op ernstige infecties met multiresistente bacteriën. Nu is er voor ongeveer één op de vijf kinderen met zo’n infectie geen behandeloptie. Slechts vijf van de 39 klinische projecten in ontwikkeling richten zich ook op kinderen onder de vijf. Een veilige dosering en geschikte toedieningsvorm voor kinderen blijven knelpunten.
‘Van alle antibiotica ontwikkeld tussen 1999 en 2014 is minder dan de helft beschikbaar in tien landen, met name rijke’
Zowel bestaande als nieuw ontwikkelde middelen moeten de patiënten bereiken die ze het hardst nodig hebben. Maar essentiële antibiotica zijn in veel landen moeilijk verkrijgbaar. Van alle antibiotica ontwikkeld tussen 1999 en 2014, is minder dan de helft beschikbaar in tien landen, en dan met name rijke landen. Gelukkig integreren bedrijven steeds vaker toegang tot hun producten in lage- en middeninkomenslanden in hun marketingstrategie, al varieert de mate van implementatie sterk. De lichte verbetering ervan is bemoedigend en kan leiden naar betere toegang tot levensreddende medicijnen. Juist voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen. Vijf bedrijven bewijzen al dat dit kan, door in de meeste lage- en middeninkomenslanden waar ze actief zijn, ook kindvriendelijke versies te introduceren.
Het intensiveren van impactvolle initiatieven is cruciaal. In de hele wereld staat de gezondheidszorg onder druk door geopolitieke spanningen, afnemende internationale samenwerking en financiering. Tegelijk versterken conflicten, klimaatverandering en intensieve veehouderij de verspreiding van resistente bacteriën. Naar schatting stijgt de sterfte door antibioticaresistentie richting 2050 met 70%.
Kern van het model
Farmaceutische bedrijven kunnen dit niet zelfstandig oplossen. Door invoering van stimuleringsmodellen die inkomsten garanderen, zoals een vaste afname van een bepaalde hoeveelheid van een middel, nemen overheden de financiële risico’s van medicijnontwikkeling weg. En stimuleren ze innovatie. Daarnaast helpt vereenvoudiging van registratieprocedures om meer producten beschikbaar te krijgen. Beleggingsfondsen kunnen bedrijven stimuleren om antibioticaresistentie aan te pakken. Dat is in ieders belang: resistentie bedreigt niet alleen de volksgezondheid, maar ook de kern van de farmaceutische businessmodellen. Sterk winstgevende producten, zoals kankermedicijnen, zijn afhankelijk van goedwerkende antibiotica. Infecties zijn nu de op één na belangrijkste doodsoorzaak onder kankerpatiënten.
Het probleem is groot, maar de oplossing goeddeels bekend: meer onderzoek naar en ontwikkeling van antimicrobiële middelen. En de beschikbaarheid en betaalbaarheid ervan voor iedereen vergroten. Er is een aanpak nodig die in tempo en schaal de ernst van de dreiging overtreft. Alleen dan wenden we deze wereldwijde crisis af voordat die ons overloopt.
Bron: FD, Lees het volledige artikel