Rapport IGJ | Regionale zorgnetwerken antimicrobiële resistentie (AMR): onbekend maakt onderbenut

Als antibiotica niet meer werken zijn zelfs eenvoudige infecties niet meer goed te behandelen. Een simpele operatie kan dan een risico zijn voor een patiënt. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft regionale zorgnetwerken Antimicrobiële resistentie (AMR) opgezet om het ontstaan van resistentie en de verspreiding van resistente ziekteverwekkers zoveel mogelijk tegen te gaan. De inspectie onderzocht hoe effectief deze zorgnetwerken zijn en zag veel mogelijkheden voor verbeteringen. Want hoe beter de zorg samenwerkt, hoe beter we in Nederland beschermd zijn.

Onderdelen

  1. Samenwerking nodig om verspreiding resistente ziekteverwekkers te voorkomen
  2. Netwerken en zorgaanbieders kennen elkaar onvoldoende
  3. Aanbod sluit niet altijd aan bij de praktijk
  4. Belangrijk dat netwerken meer kennis en kunde delen
  5. Conclusie en aanbevelingen

De inspectie ziet dat teveel sectoren en kleinere zorgaanbieders niet of te weinig bij de zorgnetwerken in beeld zijn. Veel zorgaanbieders kennen die netwerken niet en weten niet wat zij doen. Terwijl zij door gebruik te maken van het netwerk meer kunnen bijdragen om resistentie en verspreiding van ziekteverwekkers binnen de regio te voorkomen. 

Zorgaanbieders die de netwerken wél kennen zijn tevreden over het aanbod en de samenwerking. Toch kan dat aanbod nog beter aansluiten op de praktijk dan het nu doet. 

In 2020 concludeerde de inspectie in haar toezicht op infectiepreventie en regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie binnen 1 regio dat nog niet alle sectoren waren aangesloten bij het netwerk. Daarom voerde de inspectie opnieuw toezicht uit. De inspectie wil het belang van de regionale zorgnetwerken benadrukken en stimuleren dat alle betrokkenen in de regio samenwerken in de aanpak van AMR. 

Bron: IGJ

Scroll naar boven