‘Superschimmels’ kunnen tot meer dodelijke infecties leiden

Resistente bacteriën, die kennen we nou wel, maar om resistente schimmels maken we ons nog veel te weinig zorgen. Zo luidt de waarschuwing van een groep internationale schimmelwetenschappers in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Medicine. Zij vrezen dat schimmels en gisten ongecontroleerd gaan woekeren als er niks gebeurt, met meer dodelijke infecties tot gevolg.

Een schimmelinfectie roept misschien eerder het beeld op van jeukende tenen dan een ernstige ziekte. Hoewel de schimmels die voor oppervlakkige infecties op de huid zorgen óók steeds vaker resistent zijn, gaat de oproep van de wetenschappers vooral over ernstige schimmelinfecties.

Die worden bijvoorbeeld veroorzaakt door de sporen van de Aspergillus fumigatus. Voor de meeste mensen ongevaarlijk, maar bij mensen met een verzwakte weerstand kunnen ze leiden tot een dodelijke longinfectie. In Nederland krijgen jaarlijks zo’n drieduizend mensen een ernstige, levensbedreigende schimmelinfectie. De kans op overlijden is groot, en een steeds groter deel is niet te behandelen.

De schimmelwetenschappers roepen de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in hun artikel op om een plan van aanpak te maken voor resistente schimmels. Dat begint al bij aandacht voor het onderwerp, zegt Paul Verweij, hoogleraar klinische mycologie bij het Radboudumc en mede-auteur van de oproep. “Mensen in het resistentieveld zijn heel gefocust op bacteriën. Door die kokervisie zien ze niet welke problemen zich buiten dat veld ontwikkelen.”

De internationale schimmelgemeenschap vindt het daarom nodig om gezamenlijk een punt te maken, zegt Verweij. Want resistente schimmels zijn veelkoppige monsters die zich niet laten tegenhouden door landsgrenzen.

Als voorbeeld noemt Verweij een onbehandelbare huidschimmel die zich in Europa aan het verspreiden is. “Die kwam eerst alleen voor bij mensen die naar Europa komen uit landen waar die schimmel al aanwezig was, bijvoorbeeld India. Maar we vinden nu ook gevallen waarbij er geen link meer is met zo’n gebied. Dat betekent dat de schimmel zich aan het verspreiden is.”

Dat zo’n schimmel zich heeft kunnen ontwikkelen tot een onbehandelbare superschimmel komt allereerst doordat er weinig medicijnen bestaan. Schimmelcellen lijken heel erg op onze eigen cellen. Het is dus moeilijk om een middel te vinden dat wel schimmelcellen maar geen mensencellen aanvalt.

Azolen zijn stoffen die wel goed werken, maar die worden veel door boeren en tuinders gebruikt. Zo komen ze in plantafval terecht, en laat dat nou de perfecte omstandigheid zijn voor schimmels en gisten om resistente stammen te ontwikkelen.

In het ziekenhuis moeten ze alle behandelingen met azolen bijhouden, maar in de landbouw niet. Daar is dus nog een wereld te winnen, zegt Verweij. “Er is geen goede registratie van wat er gebruikt wordt aan fungiciden. Dat geldt ook voor de toelating van nieuwe middelen.”

In Nederland en de rest van Europa lukt het aardig om het onderwerp op de kaart te zetten, zegt Verweij, maar daarbuiten niet. “Er zijn bijvoorbeeld weinig laboratoria waar vast kan worden gesteld of een schimmel van een patiënt gevoelig is voor de ingestelde behandeling. In de Verenigde Staten zijn er maar twaalf labs die dat kunnen. Vaak ontbreken de middelen of de expertise.” Daardoor is het probleem misschien nog groter dan gedacht.

Dat mycologie – de bestudering van schimmels en gisten – zo’n klein vakgebied is, helpt ook niet mee, zegt Verweij. Of hij zich weleens een roepende in de woestijn voelt? Hij moet lachen. “Nou, ik merk wel dat er iets aan het veranderen is. Het besef dringt door, zeker in Nederland. Het probleem is dat we vergeleken met bacteriën een enorme kennisachterstand hebben. Die moeten we eerst inhalen. Anders zullen de problemen die we zagen bij antibioticaresistentie zich herhalen.”

Er is geen goede registratie van het gebruik van fungiciden in de landbouw.

Dit onderzoek is gepubliceerd in Nature Medicine: Closing the Gap on Antifungal Resistance

Bron: Trouw

Scroll naar boven