Waarom moet ik mijn antibioticakuur afmaken?

Na een aantal dagen antibiotica slikken tegen een infectie, verdwijnt die vervelende pijn en voel je je stukken beter. De verleiding is groot om dan te stoppen met de kuur. Maar kan dat zomaar?

Nog niet zo lang geleden was het heel normaal om minstens zeven dagen antibiotica te slikken. Van blaasontstekingen tot huidinfecties gold: een week lang behandelen. En er werd gehamerd op het volledig afmaken van die kuur. Wie vroegtijdig stopt, zo luidde de waarschuwing, kweekt resistente bacteriën. Die zijn dan ongevoelig voor het middel. Het idee was dat een deel van de ziekmakende bacteriën zou overblijven en zij resistentie konden ontwikkelen. Dat blijkt niet te kloppen. Inmiddels kijken wetenschappers daar genuanceerder naar.

Het denkbeeld over antibioticaresistentie veranderde geleidelijk vanaf 2017, nadat een invloedrijk artikel verscheen in het British Medical JournalDe onderzoekers stelden dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat dat lange antibioticakuren noodzakelijk zijn bij ‘eenvoudige’ infecties. Sterker nog: langer blootstellen aan antibiotica lijkt de kans op resistentie juist te vergroten. Die inzichten maakten impact. In Nederland leidde het tot de herziening van richtlijnen. Het nieuwe advies luidt: korter behandelen waar het kan. Zo schrijven artsen bij een ongecompliceerde blaasontsteking bij vrouwen tegenwoordig slechts drie tot vijf dagen antibiotica voor.

Te kort behandelen kan leiden tot terugkeer van de infectie of ernstige complicaties

Marjon de Vos, die aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek doet naar antibioticaresistentie, noemt dat een logische stap. “Voor elke antibioticakuur zoeken wetenschappers een delicate balans tussen effectiviteit en behoedzaamheid. Je moet de infectie krachtig genoeg bestrijden om voldoende ziekmakende bacteriën te doden en klachten te verlichten, maar tegelijkertijd waken voor overbehandeling en de schadelijke effecten ervan, zoals resistentie.”

Duwtje

Het gebruik van antibiotica brengt het risico op antibioticaresistentie met zich mee. Elke blootstelling aan het geneesmiddel – kort of lang – legt selectiedruk op bacteriën, de drijfkracht achter natuurlijke selectie. In zo’n stressvolle, giftige omgeving sterven de meeste bacteriën, maar een enkeling overleeft dankzij toevallige, gunstige mutaties of een nieuw verkregen stukje DNA dat hen beschermt. Die overlevers krijgen vrij spel doordat het antibioticum hún groei niet belemmert; ze kunnen zich dus razendsnel vermenigvuldigen. Hoe langer die situatie duurt, hoe groter de kans dat zulke antibioticaresistente bacteriën de overhand krijgen. “Ideaal gezien behandel je precies zo lang dat het aantal ziekteverwekkers significant afneemt, terwijl het risico op resistentie nog beperkt blijft”, zegt De Vos.

Daar komt nog iets bij. Antibiotica werken niet gericht op één plek. Wie ze slikt tegen een specifieke ontsteking, beïnvloedt tegelijkertijd bacteriën in de darmen, op de huid en elders in het lichaam. Veel van die microben zijn nuttig: ze houden ziekteverwekkers in toom door ruimte en voedingsstoffen weg te vangen en maken stofjes die schadelijke indringers doden. Haal je te veel van die ‘goede’ bacteriën weg door lange antibioticakuren, dan ontstaat er letterlijk ruimte voor problemen, inclusief nieuwe infecties.

Gelukkig hoeven de antibiotica niet alle ziekmakende microben volledig uit te roeien, stelt klinisch farmacoloog Annemieke van den Broek (Amsterdam UMC). “Het lichaam heeft soms alleen een duwtje nodig.” De Vos vult aan: “Breng je met antibiotica het aantal bacteriën omlaag, dan kan het immuunsysteem het daarna zelf afmaken.” Dat geldt wel met name voor gezonde mensen, benadrukt ze. Voor sommige patiënten, zoals zwangere vrouwen en mensen met onderliggende aandoeningen, geldt dat niet: bij hen adviseren wetenschappers juist langere kuren, omdat het immuunsysteem het gevecht niet even goed overneemt.

Te vroeg stoppen

Het advies voor een verkorte behandelduur betekent overigens niet dat patiënten zelf kunnen bepalen wanneer ze stoppen. Daarvoor is de wetenschap nog te onzeker, volgens Van den Broek. “We hebben nog maar beperkt onderzoek gedaan naar nóg kortere behandelduren; we weten er nog te weinig over om dat voor een hele bevolking toe te passen.”

Stop je te vroeg met een kuur, loop je risico. Van den Broek: “Dan kan de infectie terugkomen. Soms zelfs ernstiger dan eerst.” Wel verschilt het risico van te vroeg stoppen sterk per infectie. Bij ongecompliceerde blaas- of huidinfecties valt dat mee. “Die laten zich meestal goed behandelen en geven zelden ernstige complicaties.” Bij diepe of ernstige infecties zoals een hartklepontsteking, is een langdurige behandeling essentieel, volgens de klinisch farmacoloog. “Daar laten bacteriën zich moeilijker uitroeien. Te kort behandelen kan leiden tot terugkeer van de infectie of ernstige complicaties.”

Bron: NEMO kennislink

Scroll naar boven